
'Vrouwen werken minder door bezuinigingen in de kinderopvang'; 
NRC.NEXT
25 oktober 2012 donderdag
Section: Op de hoogte
 Freek schravesande
De aanleiding
Vakcentrale FNV maakt zich zorgen over de toekomst van de kinderopvang. Door bezuinigingen staat de opvangbranche op instorten en is de arbeidsparticipatie van moeders met jonge kinderen in gevaar. Hiervoor waarschuwde de vakbond deze week in een brief aan de Tweede Kamer, die gisteren over de opvang vergaderde.
Belangrijkste agendapunt was die enorme kostenstijging sinds in 2005 de Wet Kinderopvang in werking trad. De wet verruimde de subsidies voor kinderopvang om de kwaliteit in de branche te verbeteren en om ouders te stimuleren zorg en arbeid te combineren. De regeling werd zo populair dat de overheidsuitgaven voor de opvang stegen van 625 miljoen euro in 2005 tot ruim 2,9 miljard in 2009, nog exclusief een stijging van 1 miljard euro aan belastingvoordeel voor werkende ouders met jonge kinderen.
Sindsdien is op de opvang weer bezuinigd: vorig jaar 230 miljoen euro, dit jaar 420 miljoen en volgend jaar 205 miljoen. De overheid betaalde minder mee aan de kosten, de ouders meer: van 18 procent in 2008 tot 27 procent in 2011 - al was dat in 2005 nog 37 procent.
De vakbond greep het Kameroverleg van gisteren aan om in de media zijn zorgen te uiten. In onder meer de Telegraaf en op http://nu.nl zei de FNV dat bezuinigen niet verstandig is, omdat de arbeidsparticipatie van vrouwen dan daalt. Uit twee enquêtes, waarvan de FNV de uitslag ook aan de Kamer meedeelde, zou blijken dat eenderde van de ouders dit jaar al minder is gaan werken om hogere kosten voor kinderopvang te mijden.
next.checkt bekijkt of vrouwen inderdaad al minder zijn gaan werken door de bezuinigingen en of een verdere terugloop te verwachten is.
En, klopt het?
De enquêtes waar de vakbond zich op baseert zijn grotendeels gehouden onder leden van de eigen achterban, zegt FNV-beleidsmedewerker Linda Rigters. Een van de enquêtes is ingevuld door duizend ouders. Een deel van hen had al eerder meegedaan aan FNV-vragenlijsten, een ander deel was geworven op websites over kinderopvang. 'Heeft u last van hogere kosten kinderopvang? Klik hier en vul de enquête in', was een van de oproepen. Niet bepaald een representatieve steekproef, erkent Rigters. ,,De enquêtes zijn voor ons vooral een thermometer voor wat er leeft in onze achterban."
Op deze enquêtes kunnen we de invloed van de bezuinigingen op arbeidsparticipatie dus niet baseren. We zullen moeten kijken naar de cijfers. Dat doen we door allereerst te kijken naar wat de verruiming van subsidies op de kinderopvang sinds 2005 feitelijk heeft opgeleverd. Hierover heeft het Centraal Planbureau (CPB) eind 2011 een rapport gepubliceerd.
Om de invloed van kinderopvangsubsidies op arbeidsparticipatie te bepalen isoleerde het CPB middels een controlegroep alle andere factoren die op participatie van invloed zijn, zoals de conjunctuur en andere beleidsmaatregelen voor jonge ouders. Conclusie: de Wet Kinderopvang heeft de participatie van vrouwen met jonge kinderen tussen 2004 en 2009 verhoogd met 2,5 procentpunt, 26 procent van de totale toename in participatie van vrouwen. Dat komt neer op ongeveer dertigduizend extra fulltimers. Op mannen had de beleidsmaatregel geen effect.
De overheid had er meer van verwacht. Het totaal aantal opvanguren - en daarmee het aantal crèches - nam weliswaar drastisch toe, maar dit bleek vooral veroorzaakt door ouders die al werkten en van de gelegenheid gebruikmaakten om de informele opvang (oma, de buren) in te ruilen voor de formele opvang.
Critici wijzen daarom op de kosten: 3 miljard euro voor 30.000 banen, dat is 100.000 euro per baan. Anderen wijzen ook op de neveneffecten. Afbreken van je carrière als je moeder wordt, heeft een negatief effect op je verdere loopbaan. Minder eenduidig zijn de vermeende positieve effecten van kinderopvang op kinderen. En er is nog zoiets als het ideaal dat vrouwen in hun eigen inkomen kunnen voorzien.
Dan de vraag of door de eerste bezuinigingen de arbeidsparticipatie al is afgenomen. Dit lijkt volgens de laatste CBS-cijfers uit augustus nog niet het geval. De participatie van moeders met jonge kinderen (0-12 jaar) nam tussen 2005 en 2011 - ook door andere factoren - toe van 60,4 procent tot 71,6 procent. In het eerste kwartaal van dit jaar was de participatie 71,6 procent, in het tweede kwartaal 71,2 procent. Kanttekening: het CBS hanteert als definitie voor arbeidsparticipatie een baan van meer dan twaalf uur per week, terwijl sinds de Wet Kinderopvang juist ook veel jonge moeders tot de arbeidsmarkt toetraden die minder dan 12 uur werken. Deze groep is dus niet verwerkt in de participatiecijfers - we weten alleen dat hun aandeel sinds 2010 is geslonken van 7,4 procent tot 5,6 procent.
Omdat de Wet Kinderopvang niet heeft geleid tot een enorme stijging van de arbeidsparticipatie, is ook niet te verwachten dat het terugdraaien ervan met behulp van bezuinigingen zal leiden tot een enorme daling ervan. Sterker, volgens staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken) zal de arbeidsparticipatie door de geplande bezuinigingen slechts dalen met 0,1 procent, ,,gebaseerd op CPB-berekeningen". De herkomst van dat percentage is echter onduidelijk.
En volgens deskundigen kun je nog helemaal niet goed zien wat het effect van de bezuinigingen op de arbeidsparticipatie zal zijn. Want moeders nemen niet meteen ontslag, arbeidscontracten lopen door en een deel van de werkende ouders zal terugkeren naar de informele opvang, zoals oma. Om de effecten van het beleid te overzien zal je zeker drie jaar moeten wachten. Pas dan zijn er voldoende data om gedegen analyses uit te voeren.
Conclusie
Gisteren sprak de Tweede Kamer over bezuinigingen in de kinderopvang. Vakcentrale FNV maakt zich zorgen. Door bezuinigingen zou de arbeidsparticipatie van moeders met jonge kinderen in gevaar komen. De enquêtes waarop zij zich baseren zijn echter niet betrouwbaar. Kijken we naar het effect van de Wet Kinderopvang dan blijkt dat de arbeidsparticipatie van moeders met jonge kinderen met 2,5 procent groeide. Dat effect viel volgens de overheid wat tegen, ook omdat al werkende ouders van de gelegenheid gebruikmaakten om de informele opvang (oma, de buren) te verruilen voor de crèche. Het is daarom niet te verwachten dat terugdraaien van de beleidsmaatregelen een 'enorm' effect heeft op de bezuinigingsmaatregelen, al is het voor zulke conclusies nog veel te vroeg. next.checkt beoordeelt de bewering dat vrouwen minder zullen werken door bezuinigingen in de kinderopvang als ongefundeerd.
 
Vakcentrale FNV in diverse media
